Portret

Portret: Door de gouden poorten

By 13 februari 2018 No Comments

Aan het eind van 2016 mocht ik een heel bijzonder portret maken van een mevrouw die toen nog 100 jaar was. Een paar dagen later werd ze, op dezelfde datum als mijn verjaardag, 101.

Toen we afscheid namen, spraken we af dat ik nog eens langs zou komen om samen te zingen, naar verhalen van vroeger te luisteren en nog wat foto’s te maken. Helaas is die volgende keer er nooit gekomen omdat deze mevrouw eind januari van 2017 is gestorven. Een jaar later sprak ik haar dochter over het verhaal dat ik had geschreven.

Het was een bijzondere ontmoeting, niet alleen omdat we op dezelfde dag geboren zijn. Ze kon nog zoveel vertellen over vroeger. Over het gezin van zeven kinderen waar ze in Friesland opgroeide en dat ze later thuis meehielp met het verhuren van kamers. Ook tijdens haar huwelijk waren er kostgangers in huis. Haar dochter vertelde dat ze als 12 jarig meisje in dienst was bij een dame en dat ze stiekem hoedjes paste. Uiteraard werd haar nadrukkelijk verteld dat dat niet de bedoeling was!

Altijd werd er hard gewerkt. En op zaterdag en zondag werden er liederen gezongen rondom het orgel. Ze vertelde over de ontmoeting met haar man, in de kerk. Er was een nieuwe dominee, maar toen haar werd gevraagd of ze ook vond dat hij zo mooi had gepreekt, antwoordde ze: “Ik heb er niks van gehoord!” De eerste jaren verkering volgden, ze trouwden en kregen vier kinderen.

Na de verhuizing naar Eindhoven voor het werk van haar man, ging zij op kantoor werken. Haar man werkte eerst als verpleger. “Dat lag hem zeer na aan het hart. Ook in de oorlog ving hij gewonden op,” vertelde haar dochter. Later ging hij bij Philips werken. Ondanks dat ze vond dat Philips goed was voor zijn werknemers, was ze ook stellig: “Mijn kinderen komen niet in de fabriek te werken, die krijgen de kans om te leren.” En haar dochter voegde toe: “Dat stimuleerde ze een heel leven lang: leren als je de kans hebt.” En vol trots vertelde ze dat het heel goed gaat met alle vier de kinderen én met hun (klein)kinderen.

“We hebben het goed gehad.”

Dit zei ze meerdere malen toen ik er was. “Onze kinderen komen geregeld. Ze komen vaak tegelijk. Als ze niet komen, mis ik ze wel, maar dan ga ik lezen.” Ze heeft ook veel geborduurd, daarvan getuigden de vele keurige werken aan de wanden. Als ze op televisie de vluchtelingen zag, vertelde ze, dan dacht ze ook: “Wat hebben wij het goed.”

Er was een la die ik moest openen. Daarin lag een penning die ze had gekregen als dank voor het vele vrijwilligerswerk dat ze had gedaan. Helpen met boodschappen doen, een keertje op bezoek gaan, mee naar het ziekenhuis of de kerk. Het was vanzelfsprekend voor haar en ze vertelde dat ze nu soms de indruk had dat mensen alleen maar bezig zijn met de vraag of ze er iets mee kunnen verdienen.

Natuurlijk had ze ook verdriet. Het verdriet van haar overleden man en drie zusjes. Er stonden twee foto’s van mannen op het dressoir. Een foto van haar man, en van een tweede man in haar leven. Ze kende hem van de kerk van vroeger en na het overlijden van haar man, zagen ze elkaar weer meer. Het contact was eerst voorzichtig, zelfs afwijzend en het bleef bij een kopje koffie. Hier kwamen veel roddels over. “Laat ze kletsen,” zei de moeder van haar schoonzoon. Het was aan de andere kant ook moeilijk om haar hart open te stellen en nog een keer iemand zo te verliezen. Het is een heel dierbaar contact geworden.

En er was overgave. Ze zong een lied uit de bundel van Johannes de Heer, “Als ik eens zal gaan door de gouden poort”. Het was mooi om te zien hoe muziek en het geloof zo troostend voor haar waren.

Het was een eer om juist in deze fase nog enkele mooie beelden van deze mevrouw te hebben mogen maken. En het verhaal dat ik had willen kunnen vertellen, was nog niet af, want er was nog zoveel meer, maar het was goed zoals het was.

Leave a Reply


CAPTCHA Image
Reload Image